zondag 26 januari 2014
zondag 19 januari 2014
6 hoog
Hier sta ik dan,
Met mijn blote voeten op het balkon.
Met de wereld aan mijn blote voeten.
Mijn ogen dansen langs het uitzicht.
Het mooie, mooie uitzicht.
Toch ben ik geen koning,
Ik ben een bedelaar.
Met een troon op
6 hoog.
De maatschappij doet alsof het me niet ziet.
Dit huis was soms mijn gevangenis.
Menig donkere gedachte
Heeft het in zijn muren opgeslagen.
Het is dan ook niet verassend
Dat op sommige plekken
Het behang los laat.
En soms nam ik mensen mee,
In mijn hoofd,
En vragen
Wanneer ik de drempel passeerde
Die de buitenwereld
Van mijn huiskamer scheid.
Ik vraag mij af,
Of ze weten,
Die mensen,
Dat er aan hen werd gedacht.
Menig traan heb ik willen vegen,
Menig lichaam heb ik willen omhelzen.
Net als al de menige keren
Dat ik mijn leven betekenis kon geven.
Mediterend op het ritme
Van de bomen en de wind
Vind ik mijn eigen route
Door de mensenmassa heen.
En ik moet je iets eerlijk bekennen,
Er bestaat geen God,
Naar mijn mening.
Maar dat betekend niet
Dat ik in niets geloof.
Uiteindelijk verandert dat niets
Aan mijn leven.
Uiteindelijk verandert dat alles
Aan mijn leven.
Maar de wereld zelf vind zijn weg wel.
Aan het einde van de dag
Zie ik mijn dromen
En mijn toekomst
Gereflecteerd in de ogen
Van mijn geliefden.
Uiteindelijk ben ik soms best gelukkig.
Ja, soms ben ik best gelukkig.
Met mijn blote voeten op het balkon.
Met de wereld aan mijn blote voeten.
Mijn ogen dansen langs het uitzicht.
Het mooie, mooie uitzicht.
Toch ben ik geen koning,
Ik ben een bedelaar.
Met een troon op
6 hoog.
De maatschappij doet alsof het me niet ziet.
Dit huis was soms mijn gevangenis.
Menig donkere gedachte
Heeft het in zijn muren opgeslagen.
Het is dan ook niet verassend
Dat op sommige plekken
Het behang los laat.
En soms nam ik mensen mee,
In mijn hoofd,
En vragen
Wanneer ik de drempel passeerde
Die de buitenwereld
Van mijn huiskamer scheid.
Ik vraag mij af,
Of ze weten,
Die mensen,
Dat er aan hen werd gedacht.
Menig traan heb ik willen vegen,
Menig lichaam heb ik willen omhelzen.
Net als al de menige keren
Dat ik mijn leven betekenis kon geven.
Mediterend op het ritme
Van de bomen en de wind
Vind ik mijn eigen route
Door de mensenmassa heen.
En ik moet je iets eerlijk bekennen,
Er bestaat geen God,
Naar mijn mening.
Maar dat betekend niet
Dat ik in niets geloof.
Uiteindelijk verandert dat niets
Aan mijn leven.
Uiteindelijk verandert dat alles
Aan mijn leven.
Maar de wereld zelf vind zijn weg wel.
Aan het einde van de dag
Zie ik mijn dromen
En mijn toekomst
Gereflecteerd in de ogen
Van mijn geliefden.
Uiteindelijk ben ik soms best gelukkig.
Ja, soms ben ik best gelukkig.
vrijdag 17 januari 2014
Things said without regret
I don't love you anymore.
A powerful sentence
Stuck in my head.
And for a moment
I feel strong.
Not the weak little girl
I was when I called you dad.
Not the one that longed
For some compassion.
I don't love you anymore.
I don't love you anymore.
Not a truer sentence
Has been a thought.
Because every single time
You were the disappointment
You told me I was
Even when I was not.
It's funny that in the end
I still sometimes believe you.
But I don't love you anymore.
Yes, I don't love you anymore.
Even though it's true
That you still haunt my mind
Sometimes.
Yes I don't love you anymore.
Even though my old scars
Are still bleeding.
But I can't decline
That I don't love you anymore
And I don't, I really don't
Need you anymore.
Take with you
The pain that you caused
The damage that you've done
So I can close the door
And the burden we've got
Is now for you to carry.
No.
No.
I don't love you anymore
And I,
I don't regret it,
A powerful sentence
Stuck in my head.
And for a moment
I feel strong.
Not the weak little girl
I was when I called you dad.
Not the one that longed
For some compassion.
I don't love you anymore.
I don't love you anymore.
Not a truer sentence
Has been a thought.
Because every single time
You were the disappointment
You told me I was
Even when I was not.
It's funny that in the end
I still sometimes believe you.
But I don't love you anymore.
Yes, I don't love you anymore.
Even though it's true
That you still haunt my mind
Sometimes.
Yes I don't love you anymore.
Even though my old scars
Are still bleeding.
But I can't decline
That I don't love you anymore
And I don't, I really don't
Need you anymore.
Take with you
The pain that you caused
The damage that you've done
So I can close the door
And the burden we've got
Is now for you to carry.
No.
No.
I don't love you anymore
And I,
I don't regret it,
zaterdag 11 januari 2014
Gedachte in dwang
De koude realiteit,
Op dit moment is;
Soms twijfel ik aan mijn eigen kracht
En mijn eigen wil.
3 of 4 nachten geleden werd ik wakker,
Net als vele nachten er voor
En die erna,
In de vroege uren van een nieuwe dag.
Mijn hoofd een stoomlocomotief
Die langzaam op gang kwam
Maar al snel in mijn gedachten
Denderde toen het eenmaal vaart had.
Samen met mijn gedachten
In een stille donkere kamer,
Begint de show.
En af en toe weet ik niet of ik het goed kan uitleggen,
Zelfs niet in de warme, beschermende handen van de poeziƫ.
Ik denk soms wat ik niet wil denken,
Ik doe soms wat ik niet wil doen,
En na 20 keer mijn handen wassen
Ben ik nog steeds overtuigd
Van mijn minderwaardigheid.
Op dit moment is;
Soms twijfel ik aan mijn eigen kracht
En mijn eigen wil.
3 of 4 nachten geleden werd ik wakker,
Net als vele nachten er voor
En die erna,
In de vroege uren van een nieuwe dag.
Mijn hoofd een stoomlocomotief
Die langzaam op gang kwam
Maar al snel in mijn gedachten
Denderde toen het eenmaal vaart had.
Samen met mijn gedachten
In een stille donkere kamer,
Begint de show.
En af en toe weet ik niet of ik het goed kan uitleggen,
Zelfs niet in de warme, beschermende handen van de poeziƫ.
Ik denk soms wat ik niet wil denken,
Ik doe soms wat ik niet wil doen,
En na 20 keer mijn handen wassen
Ben ik nog steeds overtuigd
Van mijn minderwaardigheid.
dinsdag 17 december 2013
Mensenmassa
In de ochtendgloren
En in de mistige uren
Ontwaakt er een wereld om mij heen.
Mensenmassa's spoeden zich naar auto's
Naar stations en naar metro's.
Heb je er wel eens tussen gestaan,
op elk moment van de dag, en gedacht
Wat is haar verhaal? En die van hem?
Hoe ziet het leven eruit die zij leiden?
Waar gaat zij heen? Wat gaat hij doen?
Zouden ze nog een kus hebben gehad
In de vroege ochtendgloren voor
Zij het bed uitstapten
En het leven opnieuw trotseerde?
Ja ik beken.
Ook ik ben soms te druk met mijzelf,
Heel vaak zelfs
Om meer te doen dan een blik hun kant opwerpen.
Maar soms vraag ik het mij af
En soms vraag ik mij ook af
Heeft iemand dat ooit gedacht over mij?
En in de mistige uren
Ontwaakt er een wereld om mij heen.
Mensenmassa's spoeden zich naar auto's
Naar stations en naar metro's.
Heb je er wel eens tussen gestaan,
op elk moment van de dag, en gedacht
Wat is haar verhaal? En die van hem?
Hoe ziet het leven eruit die zij leiden?
Waar gaat zij heen? Wat gaat hij doen?
Zouden ze nog een kus hebben gehad
In de vroege ochtendgloren voor
Zij het bed uitstapten
En het leven opnieuw trotseerde?
Ja ik beken.
Ook ik ben soms te druk met mijzelf,
Heel vaak zelfs
Om meer te doen dan een blik hun kant opwerpen.
Maar soms vraag ik het mij af
En soms vraag ik mij ook af
Heeft iemand dat ooit gedacht over mij?
De handeling
Het volgt mij overal,
Ik vind tot nu toe enkel rust
In mijn slaap
En in mijn dromen
En zelfs dan
Ben ik onzeker
Of het over mijn schouder meekijkt.
Het getel
En het gereken,
De gedachten
En de handelingen.
Het is druk in mijn hoofd,
Altijd druk in mijn hoofd.
En soms zit ik klem
Tussen wat ik moet
En wat ik wil.
Vandaag maak ik een stap
Tegen die angsten in.
Vandaag maak ik een stap
Hopelijk in de goede richting.
En ik weet niet
Of ik er goed aan doe.
Want leiden mijn kleine angsten
Niet tot mijn grote angst?
Aan het einde van het verhaal
Ben ik,
Waarschijnlijk net als iedereen,
Bang om dood te gaan.
Maar dit is niet het einde van mijn verhaal,
Dit zal mijn overwinning zijn.
En ik zal leven.
Hoop leeft nog altijd diep in mij.
Dus ik neem die kleine en angstige stap
In de andere richting,
Een kleine vooruitgang.
Daar hoop ik voor.
Ik vind tot nu toe enkel rust
In mijn slaap
En in mijn dromen
En zelfs dan
Ben ik onzeker
Of het over mijn schouder meekijkt.
Het getel
En het gereken,
De gedachten
En de handelingen.
Het is druk in mijn hoofd,
Altijd druk in mijn hoofd.
En soms zit ik klem
Tussen wat ik moet
En wat ik wil.
Vandaag maak ik een stap
Tegen die angsten in.
Vandaag maak ik een stap
Hopelijk in de goede richting.
En ik weet niet
Of ik er goed aan doe.
Want leiden mijn kleine angsten
Niet tot mijn grote angst?
Aan het einde van het verhaal
Ben ik,
Waarschijnlijk net als iedereen,
Bang om dood te gaan.
Maar dit is niet het einde van mijn verhaal,
Dit zal mijn overwinning zijn.
En ik zal leven.
Hoop leeft nog altijd diep in mij.
Dus ik neem die kleine en angstige stap
In de andere richting,
Een kleine vooruitgang.
Daar hoop ik voor.
dinsdag 10 december 2013
De krimpende vrouw
Soms voel ik mij
Als de verdwijnende vrouw.
Een ziel die vastzit
In een wereld die kleiner word.
Langzaam voel ik mijzelf krimpen.
Krimpen en kleiner worden.
Zoveel kleiner worden.
De druk van mijn hoofd
Drukt ook op mijn lichaam.
Kettingen om mijn lichaam.
Gedachten die dieper graven
Dan mijnwerkers konden
Vinden de zwakke plekken
Die mijn leven uit balans brengen.
Wat kan er nog wel en wat kan niet?
Al dat ik weet is wat ze het noemen
Een vorm van depressie.
Maar wat betekend een naam
Als je continu bang ben voor...
Teveel dingen om te noemen.
Toch weet ik het zeker.
Na dit alles
En in het gevecht
Zal ik weer gaan groeien.
Mijn leven dragen
In mijn handen
En opbloeien tot mijzelf.
De kracht die ik draag
In mijn beide handen
En in mijn hart
En in mijn hoofd
Zal de wereld weer doen draaien.
Abonneren op:
Posts (Atom)