Ik buig niet
Als ik breek.
Dus trek niet aan mij.
Trek mij niet in warme zon
Waar iedereen mij kan zien
Terwijl het glas breekt
En de verhalen,
Rollend rollend rollend,
Naar buiten komen.
Ik heb jou niets meer te vertellen
Als je niet weet wie ik ben.
Als je niet meer weet wie ik ben.
Ik besluit wanneer de dop
Los komt
En ik,
Ik schenk gedoseerd
Mijn leven uit op de wereld.
Het is mijn beslissing nu.
En niet meer de jouwe.
Al voel ik jouw druk
Nog op mijn schouders.
Samen met jouw verwachting.
Net toen je dacht mij te kunnen vergeten....
zaterdag 11 juli 2015
Dat ik
Help!
Ik zei help.
Ik zei help.
Ik zei het niet.
Ik droomde
Dat ik de woorden kon vinden,
Dat ik mijn tanden kon laten zien,
Dat ik nog steeds kon dansen
Net als vroeger,
Toen ik jong was.
De nacht is de moeite waard.
De stilte is oud maar niet vergeten.
Ik herinner mij die tijd nog goed.
Dat ik durfde te vragen,
Dat ik durfde te vragen,
Dat ik durfde te praten.
Wie ik ben,
Weet ik soms niet meer.
Wie ik toen was,
Weet ik nog altijd te vertellen.
Ik was zonder tijd.
Ik hoop
Dat straks de nieuwe ik
Wat terug vind van de oude ik
En los kan laten
Wat tijd niet meer kan helen.
Ik zei help.
Ik zei help.
Ik zei het niet.
Ik droomde
Dat ik de woorden kon vinden,
Dat ik mijn tanden kon laten zien,
Dat ik nog steeds kon dansen
Net als vroeger,
Toen ik jong was.
De nacht is de moeite waard.
De stilte is oud maar niet vergeten.
Ik herinner mij die tijd nog goed.
Dat ik durfde te vragen,
Dat ik durfde te vragen,
Dat ik durfde te praten.
Wie ik ben,
Weet ik soms niet meer.
Wie ik toen was,
Weet ik nog altijd te vertellen.
Ik was zonder tijd.
Ik hoop
Dat straks de nieuwe ik
Wat terug vind van de oude ik
En los kan laten
Wat tijd niet meer kan helen.
maandag 29 juni 2015
Hallo bloem
Ruik mij niet,
Dan ruik ik jou wel,
Van de verte
En dan dichtbij.
Waarom heb ik je niet eerder in mijn hand genomen?
Je naar mijn lippen gebracht, nou ja eigenlijk net erboven
Waar dat rare puntige ding zich bevind.
Je rook naar liefde
En sex zoals geportretteerd
In harlequin boekjes.
Lievelijk.
Lievelijk.
Ik ben een wild beest
Een wolf
Met de kettingen
Nog om de polsen.
Maar de mildste geuren van de natuur kunnen mij temmen
Sneller dan snel snel is.
En ik loop in mijn rokken als een prinses of iemand uit de tijden van Victoria,
Glijdend, glijdend, gaat mijn pas over het pad.
Ik wou dat ik je in mijn armen kon nemen,
Zodat we samen kunnen dansen
Tot de zon onder gaat,
Wanneer de wereld bijna het lekkerst ruikt.
Alleen geevenaard door een zon die opkomt
En de natuur wanneer het net heeft geregend.
Ik neem je weer weg bij mijn neus,
Mijn lippen, mijn ogen, en mijn hart is heel.
Vandaag heb ik even stil gestaan
Bij mijzelf
Door stil te staan bij jou.
Dan ruik ik jou wel,
Van de verte
En dan dichtbij.
Waarom heb ik je niet eerder in mijn hand genomen?
Je naar mijn lippen gebracht, nou ja eigenlijk net erboven
Waar dat rare puntige ding zich bevind.
Je rook naar liefde
En sex zoals geportretteerd
In harlequin boekjes.
Lievelijk.
Lievelijk.
Ik ben een wild beest
Een wolf
Met de kettingen
Nog om de polsen.
Maar de mildste geuren van de natuur kunnen mij temmen
Sneller dan snel snel is.
En ik loop in mijn rokken als een prinses of iemand uit de tijden van Victoria,
Glijdend, glijdend, gaat mijn pas over het pad.
Ik wou dat ik je in mijn armen kon nemen,
Zodat we samen kunnen dansen
Tot de zon onder gaat,
Wanneer de wereld bijna het lekkerst ruikt.
Alleen geevenaard door een zon die opkomt
En de natuur wanneer het net heeft geregend.
Ik neem je weer weg bij mijn neus,
Mijn lippen, mijn ogen, en mijn hart is heel.
Vandaag heb ik even stil gestaan
Bij mijzelf
Door stil te staan bij jou.
vrijdag 12 juni 2015
Dagdromen
09.30
Ik zit met een glas thee
En een goed boek
Op het balkon
De zon te absorberen.
Een vraag naar mij gedragen
Op de blauwe hemel
Daar op het balkon.
Misschien kwam het wel gewoon
Uit mijn maffe hoofd.
Wat is het waar van je droom?
Ik droom van alles
Antwoord ik de zon.
Ik droom altijd.
Verre reizen
En wijsheid.
Fantasielanden
En magische ontdekkingen.
Maar waar ik het meest van droom
Zijn de simpele dingen des levens.
Zoals een goed boek
En wat zon.
Met blote voeten
Op het balkon
En het idee dat ik straks
Met blote voeten lopend
De gras tussen mijn tenen zal voelen.
Ik droom van leven.
Ja, ja... dat is het!
Ik droom het leven.
Ik zit met een glas thee
En een goed boek
Op het balkon
De zon te absorberen.
Een vraag naar mij gedragen
Op de blauwe hemel
Daar op het balkon.
Misschien kwam het wel gewoon
Uit mijn maffe hoofd.
Wat is het waar van je droom?
Ik droom van alles
Antwoord ik de zon.
Ik droom altijd.
Verre reizen
En wijsheid.
Fantasielanden
En magische ontdekkingen.
Maar waar ik het meest van droom
Zijn de simpele dingen des levens.
Zoals een goed boek
En wat zon.
Met blote voeten
Op het balkon
En het idee dat ik straks
Met blote voeten lopend
De gras tussen mijn tenen zal voelen.
Ik droom van leven.
Ja, ja... dat is het!
Ik droom het leven.
Gedachten en tijd
Zullen dingen anders zijn
Als ik weer opnieuw ga beginnen?
Of word het een herhaling
Van het verleden?
Zal ik het missen
Om de klokken niet meer te horen slaan
Wanneer de uren half en heel zijn
Of zal er een nieuwe klok voor mij zijn?
Zal ik mijzelf opnieuw kunnen vinden
Als ik weet wat ik moet loslaten?
Neem ik dan
De juiste bagage mee?
Een simpele transformatie van tijd
Wanneer de nu de nu kan zijn
En niet meer word teruggetrokken naar het verleden.
Ik weet wat ik moet meenemen
En wat ik zal achter laten,
De liefde draag ik in mijn hart
En niet in een rugzak
Of een zware koffer.
Maar toch vraag ik me af
Wat ik zal missen
Als ik mijzelf opnieuw vind
En de oude ik achterlaat.
Als ik weer opnieuw ga beginnen?
Of word het een herhaling
Van het verleden?
Zal ik het missen
Om de klokken niet meer te horen slaan
Wanneer de uren half en heel zijn
Of zal er een nieuwe klok voor mij zijn?
Zal ik mijzelf opnieuw kunnen vinden
Als ik weet wat ik moet loslaten?
Neem ik dan
De juiste bagage mee?
Een simpele transformatie van tijd
Wanneer de nu de nu kan zijn
En niet meer word teruggetrokken naar het verleden.
Ik weet wat ik moet meenemen
En wat ik zal achter laten,
De liefde draag ik in mijn hart
En niet in een rugzak
Of een zware koffer.
Maar toch vraag ik me af
Wat ik zal missen
Als ik mijzelf opnieuw vind
En de oude ik achterlaat.
zondag 7 juni 2015
Die staande ovatie moet even wachten
Ik kan je niet zien.
Al sta je recht voor mij,
Ik kan je niet zien.
Jouw neus zit precies waar het moet wezen op je hoofd
En net boven de mond die mensen heeft gekust.
Maar je bent niet echt.
Nee, je bent niet echt.
Niet voor mij
En de wereld waar ik nu in zit.
Je bent niet echt,
Ik kan mijzelf niet geloven.
Nee de onrust,
De onrust,
Die is echt
En ademt in
Wanneer ik,
Als ik ik nog ben,
uitadem.
De wereld is niet meer dan een concept,
Een wild idee en praktisch ongezien.
Voor mij, dat is.
Als ik mijn bel breekt met mijn handen komt er een nieuwe
En als ik mijn eenzaamheid balanceer op mijn vingers, ben ik niet minder eenzaam.
Ik heb het koud
En ik ben bang.
Koud, bang, koud, bang,
BANG!
Ik hou mijn handen voor mij uit zodat ik iets moet voelen of raken.
Ik hou mijn ogen open tot het einde der dagen
Of in ieder geval tot ik weer iets meer voel.
De glittering, en de glinstering, en de vogels die zing-en.
Ik hou mijn handen voor mij uit totdat ik weer weet wat mij wakker maakt
Uit deze nachtmerrie van paranoia opgetrokken tot ver voorbij mijn ogen.
Ik blijf geloven dat alles beter wordt dan dit.
Dat alles beter wordt.
Dat ik beter word.
Mag ik dan jouw lippen kussen?
Al sta je recht voor mij,
Ik kan je niet zien.
Jouw neus zit precies waar het moet wezen op je hoofd
En net boven de mond die mensen heeft gekust.
Maar je bent niet echt.
Nee, je bent niet echt.
Niet voor mij
En de wereld waar ik nu in zit.
Je bent niet echt,
Ik kan mijzelf niet geloven.
Nee de onrust,
De onrust,
Die is echt
En ademt in
Wanneer ik,
Als ik ik nog ben,
uitadem.
De wereld is niet meer dan een concept,
Een wild idee en praktisch ongezien.
Voor mij, dat is.
Als ik mijn bel breekt met mijn handen komt er een nieuwe
En als ik mijn eenzaamheid balanceer op mijn vingers, ben ik niet minder eenzaam.
Ik heb het koud
En ik ben bang.
Koud, bang, koud, bang,
BANG!
Ik hou mijn handen voor mij uit zodat ik iets moet voelen of raken.
Ik hou mijn ogen open tot het einde der dagen
Of in ieder geval tot ik weer iets meer voel.
De glittering, en de glinstering, en de vogels die zing-en.
Ik hou mijn handen voor mij uit totdat ik weer weet wat mij wakker maakt
Uit deze nachtmerrie van paranoia opgetrokken tot ver voorbij mijn ogen.
Ik blijf geloven dat alles beter wordt dan dit.
Dat alles beter wordt.
Dat ik beter word.
Mag ik dan jouw lippen kussen?
dinsdag 19 mei 2015
Acceptatie
De lonkende contouren van mijn bed
Ontmoeten mij vandaag op mijn slechts.
De wereld buiten heeft mijn hart versteend
Of misschien wel versoepeld
(Ik heb veel gevoelens),
Om eerlijk te zijn,
Ik heb geen idee.
Acceptatie.
In het woordenboek vrij vooraan te vinden
Maar niet in de hoofd van de mens.
Ook niet in de mijne.
We accepteren alleen wat ons uitkomt.
Maar toch,
Toch,
Is dat elke keer weer wat ik te horen krijg.
En ik wil het niet meer horen,
Ik wil het er gewoon niet bij,
Waar is er nog ruimte voor een label?
Waar is er nog ruimte voor meer dan de pijn.
Ik zie de dagen langs mij heen trekken
En ik voel mij soms buitengesloten.
Ik vergeet soms hoe ik moet praten
En wat ik nog moet geloven.
Soms wou ik dat er een God was
En dat ik in staat was voor dat bijgeloof.
Dan had ik een reden kunnen vinden.
Ja, dan had ik tenminste een reden kunnen vinden.
Het is Gods wil en dat heeft een reden,
Ik kan niets anders doen dan accepteren.
Het is maar goed dat ik niet geloof,
Want eigenlijk is dat nog steeds best wel krom,
Maar goed,
Ik ben ziek van het woord acceptatie.
En van afwachten en van chronisch.
Van pijn en medicijn.
Met dat vele andere woorden.
Morgen ga ik weer vechten, goed?
Morgen leg ik mij er nog steeds niet bij neer.
Want ik ben nog niet klaar om het te accepteren.
Wat ik nog niet hoeft te accepteren.
Ooit zal ik accepteren wat ik moet accepteren.
En vechten waar ik moet vechten.
Maar vandaag ben ik gewoon te moe.
Ik accepteer het bed,
Met zijn lonkende silhouet
En zijn warme lakens.
Ontmoeten mij vandaag op mijn slechts.
De wereld buiten heeft mijn hart versteend
Of misschien wel versoepeld
(Ik heb veel gevoelens),
Om eerlijk te zijn,
Ik heb geen idee.
Acceptatie.
In het woordenboek vrij vooraan te vinden
Maar niet in de hoofd van de mens.
Ook niet in de mijne.
We accepteren alleen wat ons uitkomt.
Maar toch,
Toch,
Is dat elke keer weer wat ik te horen krijg.
En ik wil het niet meer horen,
Ik wil het er gewoon niet bij,
Waar is er nog ruimte voor een label?
Waar is er nog ruimte voor meer dan de pijn.
Ik zie de dagen langs mij heen trekken
En ik voel mij soms buitengesloten.
Ik vergeet soms hoe ik moet praten
En wat ik nog moet geloven.
Soms wou ik dat er een God was
En dat ik in staat was voor dat bijgeloof.
Dan had ik een reden kunnen vinden.
Ja, dan had ik tenminste een reden kunnen vinden.
Het is Gods wil en dat heeft een reden,
Ik kan niets anders doen dan accepteren.
Het is maar goed dat ik niet geloof,
Want eigenlijk is dat nog steeds best wel krom,
Maar goed,
Ik ben ziek van het woord acceptatie.
En van afwachten en van chronisch.
Van pijn en medicijn.
Met dat vele andere woorden.
Morgen ga ik weer vechten, goed?
Morgen leg ik mij er nog steeds niet bij neer.
Want ik ben nog niet klaar om het te accepteren.
Wat ik nog niet hoeft te accepteren.
Ooit zal ik accepteren wat ik moet accepteren.
En vechten waar ik moet vechten.
Maar vandaag ben ik gewoon te moe.
Ik accepteer het bed,
Met zijn lonkende silhouet
En zijn warme lakens.
Abonneren op:
Posts (Atom)