Het was gezichten als de mijne,
die toen ik opgroei tegen mij zeiden
dat ik niet mijzelf mag zijn,
dat als ik een vrouw kreeg
dat ik klappen moet krijgen,
dat mijn kussen met mijn partner
spuug in het gezicht verdiende,
dat mijn hart behoorde tot een man,
dat ik mijzelf moest opvouwen
en klein houden
zodat ik in de samenleving zou passen,
dat het dat was of de dood,
dat ze de queer zijn uit mij zouden neuken,
dat ik enkel maar een vrouw kan zijn,
dat vrij zijn betekent net zijn als iedereen,
en dat ik mijzelf van kant moest maken
als ik niet zou stoppen met anders zijn,
dat ze mij zouden vermoorden,
of hopelijk iemand hen voor zou zijn.
Het zijn gezichten als de mijne
die ik nu groot ben tegen mij zeggen
“ als je niet geloof wat ik geloof
hoop ik dat iemand je zal verkrachten,
in elkaar slaan en vermoorden,
je bent een kankerhoer en een fucking slet,
Wees jezelf als jezelf
maar exact is zoals ik ben.”
“Fuck je vlag,
ik wil je laten verdwijnen,
als een regenbookbankje laten verdwijnen,
mijn pik in je laten verdwijnen
tot je hetero ben laten verdwijnen,
en laat mij je foto's belachelijk maken,
je gezicht belachelijk maken,
je bestaan belachelijk maken,
tot je wil verdwijnen,
in schaamte wil verdwijnen,
tot je eindelijk gaat verdwijnen,
laat mij je weglegisleren,
in wetten laten verdwijnen,
in haatvolle commentsecties laat ik je verdwijnen,
in de ontkenning van mijn antiqueerness
laat ik je verdwijnen en
waarom bescherm je de anderen?!”
“Waarom zie je niet wat de anderen zijn?
De anderen zijn gewelddadig”
zeggen ze terwijl vuisten
en spuug en flessen rondvliegen
en keer op keer de voorpagina raken
en “de anderen zijn terrorisme”
zeggen ze in het midden van hun tereur,
jagend op angst,
en anders zijn
en verschillen
en mensen die niet een copy paste zijn
van de mensen die ze willen.
“Het zijn altijd de anderen,
zij haten de verschillen!
De antiqueer, de echte haters
die een wereld willen
waar iedereen is als hen”
zeggen zij al hatend op wie ik ben,
hatend op dat ik weet wie ik ben,
die mij het meest haten,
die het vrijheid noemen
om mij te kunnen haten
tot ik niet langer vrij ben.
“Het zijn altijd de anderen!
Ik hoop dat de anderen
je laten zien waarom
ik dit zeg.
Ik hoop dat ze geweld gebruiken,
zodat ik kan lachen,
over je lichaam kan lachen
over je pijn kan lachen
net zolang tot je ben wie ik ben
en luister naar wat ik zeg.”