zaterdag 22 maart 2014

Treurwilg

Zachtjes kruip ik in jouw armen,
Samen met mijn verdriet.
Bij jou ben ik niet eenzaam,
Ook al weet je niet wie ik ben.
Bij jou ben ik veilig.

Geen dozijn ogen die mij aanstaren wanneer ik over straat gaat.
Geen rug om recht te houden, geen doen alsof niets mij deert.

Achter jouw gordijn kan ik mij even laten gaan,
Mijn handen op jouw lichaam,
Jouw takken raken mij troostend aan.

En in de schaduw glijden mijn tranen,
Vliegen mijn angsten,
Zingen mijn emoties
En mijn donkere gedachten.
In de schaduw zijn wat is.
Ik laat los.

Met mijn rug tegen je aan,
En mijn gezicht op mijn knieen,
Een klein hoopje ellende.
Die straks je warmte verlaat
Een krachtiger mens.

Ja ik hoor je fluisteren,
Jouw woorden ruisen door mij heen.

Ik beloof je
Dat ik morgen
Weer zal dromen.
Ik beloof je
Dat ik mijn zorgen
Zal laten varen.
Dat ik zal groeien.
Dat ik durf te bestaan
Als een sterke boom
In een wild landschap.

Ik beloof je dat ik je altijd zal vinden
Tot ik oud ben en elke herinnering aan jou
Mijn gedachten groen kleurt.

Maar mag ik nu,
Nog in jouw armen,
Eventjes nog klein zijn?
Eventjes niets zijn?
Even samen
Met mijn
Verdriet
Zijn?

Tot de wereld mij weer vind.
Totdat ik mij eindelijk weer terug vind.

Niet veroordeeld of beoordeeld,
Zit ik tegen jouw stam.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten