vrijdag 3 juni 2016

De jas



Een zwarte jas zat aan de bar,
Een drankje in zijn beiden handen.
Naast hem zat een echte heer,
Met een vraag die in hem brandde.

Wat heb je dan vandaag gedaan dan, man?
Dat het niet om 1 maar 2 drankjes vragen doet?”
De jas zette zijn drankjes terug op de bar,
En stoptte hem onder zijn hoed.

Dat is wat men altijd vragen doet,
Aan zij die besluiten te stoppen met zijn.
Die hun huid naast hun kleding heeft gelegen,
En van het podium verdween.

Zie je, ik ben ook een acteur geweest,
Zelfs een improviseur, ja echt.
Het was volledig tegen mijn wil,
Maar dat was wat het leven je brengt.

Een baan, een schuld, een podium
Waarop je laat zien jouw waard.
Jouw vrienden, jouw familie, zelfs jouw vrouw
Zijn een enkel wezen van ogen die naar jouw staart,

Elke fout is nooit vergeten.
Elke woord woord in de boeken opgeslagen.
Want dat is het leven, weet je?
Gisteren word nooit meer vandaag, en..”

De jas sprak passievol maar viel hier stil,
Zijn woorden als lakens over de bar gevouwen.
Tussen de man en de jas en al het leven
Begon het langzaam een muur te bouwen.

Ik denk dat je beter niets meer horen kan.”
Sprak de man in de ongemakkelijke stilte.
Zelfs toen ik mijn vrouw vertelde dat ik leven
Niet onder controle had, ontmoette ze mij met kilte.”

De jas deed eindelijk zijn jas af
En besloot te verdwijnen in de massa buiten
Alsof hij nooit uitzonderlijk was.
Toch hoorde men hem fluiten.

Zijn drankjes gedronken op de bar
Vier anderen er nog bij.
Zijn hoofd zal nu even stil zijn,
Opgelost en blij.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten