maandag 1 april 2013

Jaloers

Zoekend naar aanwijzingen
Doorkruis ik jouw telefoon.
Ik heb je net nog gezegd
Dat ik je vertrouw.
Maar achter mijn ogen
Waakt een vuur,
Verstopt in mijn brein,
Klaar voor wat ze altijd verwacht dat er komt.
Ik sluit mijn ogen en ik volg jou,
Met een soort geweld,
Klaar om mijzelf te vermoorden,
Als ik dat aan mijzelf zou vragen.
Ik zie je daar,
Ik zie je met haar,
Kussend.
Ik zie je
Met jouw handen in haar haar.
Haar lippen
En jouw lippen
Lachen mij uit,
Alsof ik van niets weet.
Ik vertel je niet alles wat ik weet.
En ik volg jou
Terwijl er stukjes uit mij vallen.
Ik breek.
Maar toch hou ik mij stil
En ik volg jou
Terwijl jij al die dingen zeg
Die ik
Niet wou horen.
Die ik altijd
Verwachtte te horen.
Je noemt mij
Dik,
Dom,
En onwetend
In zoveel verschillende kleuren.
Ik wil mijn hand
In jouw lippen drukken
Tot het bloed.
Mijn vuist naar binnen drukken,
In jouw hart,
Tot ik mijzelf er uit kan halen.
Tot ik de bron kan vinden
Van al jouw haat
Voor
Mij.
Maar ik hou mij stil
En zie de woorden vormen
In jouw mond.
"Ik walg ervan om haar aan te raken."
Ik zuig de woorden op
En verander de woorden
In tranen van woede.
"Ze is zo jaloers....."
Ik wil naar het open springen
En mijn nagels
Over jouw gezicht halen.
Mijn hakken in jou zetten
Totdat je geen adem meer haalt.
De woede in mij
Beangstigend
Mij.
Ik probeer mij stil te houden.
Zo ontzettend stil.
Want het zijn enkel maar gedachten.
Zoals jij liefjes in mijn oor fluister
Terwijl jij mij vasthoud,
Tussen de lakens in het bed.
"Het zijn
Enkel
Maar
Ge-
Dach-
Ten
En gedachten doen soms pijn."

Geen opmerkingen:

Een reactie posten